Kosten & Tarieven
Interchange en schemakosten bij kaartbetalingen: hoe is het opgebouwd?
Interchange (in de Stripe-bron ‘interbancaire kosten’ genoemd) zijn transactiekosten die banken onderling in rekening brengen voor het verwerken van creditcard- en debitcardbetalingen.
Wat zijn interchange en schemakosten bij een kaartbetaling?
Interchange (in de Stripe-bron ‘interbancaire kosten’ genoemd) zijn transactiekosten die banken onderling in rekening brengen voor het verwerken van creditcard- en debitcardbetalingen. Bij een aankoop met betaalkaart betaalt de wervende bank van de onderneming deze kosten aan de uitgevende bank van de kaarthouder. Daarnaast komen schemakosten voor in kostenmodellen zoals Interchange++.
Hoe is interchange opgebouwd?
Kaartnetwerken stellen de interchange vast. Die bestaat meestal uit een percentage van het transactiebedrag plus een vast bedrag. De opbouw verschilt naar kaarttype (creditcard of debitcard), transactietype (fysiek of online), branche van de onderneming en regio van de transactie.
Wie betaalt interchange aan wie?
Bij een kaartaankoop betaalt de wervende bank (acquirer) van de onderneming de interchange aan de uitgevende bank (issuer) van de kaarthouder. Wervende banken die betalingsverwerking voor ondernemingen faciliteren, betalen de interbancaire kosten als onderdeel van hun kostenstructuur. Voor de ondernemer is interchange dus een onderliggende bankvergoeding: geen rechtstreekse betaling aan de issuer en niet de volledige prijs van de kaartbetaling.
Waarom bestaat interchange?
Volgens Stripe dient interchange meerdere doelen: uitgevende banken vergoeden voor het aanbieden en onderhouden van de betaalkaart, het beheren van de bijbehorende rekeningen en het beheersen van het risico bij het verstrekken van krediet; uitgevende banken prikkelen om klanten betaalkaarten te laten gebruiken; bijdragen aan onderhoud en exploitatie van kaartnetwerken, inclusief netwerkinfrastructuur en fraudepreventie; en wervingskosten: wervende banken betalen de interbancaire kosten als onderdeel van hun kostenstructuur, waarmee de uitgaven van kaartuitgevers voor de verwerking van kaarttransacties worden gedekt.
Schemakosten en de plaats in Interchange++
Naast interchange kunnen schemakosten opduiken in kostenmodellen zoals Interchange++. De Viva-bron noemt ze ‘Schema Kosten’. In dat model worden ze samen met de Interchange++-vergoedingen berekend in de geselecteerde valuta. De beschikbare bronnen zeggen niet welke partij de schemakosten in rekening brengt of hoe ze precies zijn opgebouwd.
Onderdelen van het kostenmodel bij kaartbetalingen
- InterchangePercentage van transactiebedrag + vast bedrag; afhankelijk van kaarttype, transactietype, branche en regio
- Schemakosten (in Interchange++)Samen met Interchange++ berekend in geselecteerde valuta; exacte opbouw en partij niet duidelijk uit bronnen
Hoe verhouden interchange en schemakosten zich tot de totale verwerkingskosten?
In een Amerikaanse context hadden ondernemingen in 2024 ongeveer $ 187,2 miljard aan verwerkingskosten voor kaarten. Interchange, in de Stripe-bron ook swipekosten genoemd, was goed voor 70% tot 90% van die kosten. Dat is een algemene indicatie uit die context, geen Nederlands tarief of gemiddelde. Voor schemakosten als aandeel van de totale verwerkingskosten geven de beschikbare bronnen geen cijfers.
